Ode aan de traagheid – geschreven door Anke Coumans

Anke Coumans is als lector verbonden aan het Kenniscentrum Kunst & Samenleving en kunstacademie Minerva. Anke heeft in de praktijk ervaren hoe interessant het werken met kwetsbare ouderen voor kunststudenten kan zijn. In ‘Ode aan traagheid’ schetst zij hoe het contact tussen jong en oud in het creatieve proces twee waardevolle perspectieven veroorzaakt.

Ode aan de traagheid
Kunststudenten en mensen op hoge leeftijd, ze blijken steeds weer een mooie combinatie. Of we de studenten nu vragen om ‘iets te doen’ met een onbenutte open ruimte in Verpleegtehuis de Zonnehuis, of te werken met foto’s van vroeger in Oosterparkheem, of mensen met dementie te portretteren in een gesloten afdeling van een zorginstelling. Iedere keer opnieuw word ik getroffen door de open wijze waarop ze de relatie met de oudere mens vormgeven. Maar dat is niet het enige. De kunststudenten slagen er niet alleen in om van het artistieke proces een proces van ontmoeten en wederkerigheid te maken, zij slagen er ook in om op basis van deze uitwisseling nieuwe perspectieven naar boven te halen. Hoe komt dat?

Menig mens zou ongelukkig worden van de open vraag ‘iets te doen’, om zonder doel of vooropgezet plan in een onbekende context te werken. Echter, de jonge kunststudent heeft geleerd om zo’n vraag toe te laten, omdat hij weet dat ‘iets doen’ ruimte schept. Het is een ruimte waarin de student mag kijken of zich iets voordoet waar een beeldend antwoord op te geven is. Natuurlijk, ook voor een kunststudent is die open vraag niet altijd makkelijk, omdat zwemmen in de ruimte een grote verantwoordelijkheid meebrengt. Als ze er dan ook echt niet uitkomen, krijgt de docent het verwijt dat de opdracht te vaag is. Gevolgd door de zin ‘typisch kunstacademie om alles zo vaag te houden’. En zo is het. In het artistieke proces moet de eerste stap van de student zelf komen. En die eerste stap is ook nog eens bepalend, want vanaf dat moment moet de student alles wat die eerste stap veroorzaakt serieus nemen. En zelfs wanneer de student een soort protocol of stappenplan krijgt aangereikt, dan nóg is de wijze waarop hij of zij daar invulling geeft, zo alles bepalend, dat ook dan ieder handelen een onzeker waagstuk is.

En dát is de kern van het creatieve proces: het waagstuk accepteren, de onbekende ruimte betreden, het andere, het verwarrende, het onvoorziene niet alleen toelaten, maar er ook nog een eerlijk, beeldend en open antwoord kunnen formuleren. Dit is een pittige opgave, maar noodzakelijk! Er is geen vernieuwende methodiek, geen nieuwe inzicht, geen ander perspectief mogelijk zonder wagen, zonder experiment, zonder iets doen waar je de uitkomst niet van weet.

Frouk Reehoorn en Carla Dijkslag van ’t Blauwbörgje (Dignis), tehuis voor mensen met dementie, verwoorden het prachtig in een interview. Wat hen raakte in de uitwisseling tussen de medewerkers en studenten, was de traagheid van het proces. Terwijl zij in de zorg gewend zijn aan een snel proces van handelend optreden, leerden zij van de studenten hoe belangrijk het is om de situatie rustig op je in te laten werken. Door de traagheid kwamen de andere perspectieven naar boven.

Er zit een soort rust in menig kunststudent, een acceptatie dat niet alles af te dwingen is, dat je je ervoor open moet stellen, dat je het ‘niet weten’ toe moet laten en het oordeel op moet durven schorten. En wellicht is dat ook hetgeen de mens op leeftijd heeft geleerd, wat mede zijn wijsheid bepaalt.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *